Gymnasium


Brugklas in het gymnasium

Op het KWC volgen alle brugklasleerlingen op het vwo het gymnasiumprogramma. Je leert de eerste beginselen van het Latijn en je leest de verhalen over de begintijd van het Romeinse Rijk. Via kleine opdrachten leer je veel over het dagelijks leven van de Romeinen. Hoe woonden ze? In welke goden geloofden ze? Hoe zag hun dag eruit? Als klap op de vuurpijl gaan alle vwo-leerlingen naar het Archeon. Daar voel je hoe het is om als soldaat te marcheren of hoe je een offer brengt aan een godin of hoe heerlijk een echte scrub kan zijn.

Na de brugklas gaan de leerlingen die al voor het gymnasium gekozen hadden gewoon door naar de tweede klas gymnasium. De andere vwo-leerlingen kunnen nu alsnog de overstap maken naar gymnasium-2.

   


Keuzemoment

In Nederland heeft een middelbare scholier recht op een gymnasiumdiploma wanneer hij of zij tot en met de derde klas de vakken Grieks en Latijn heeft gevolgd en in de klassen 4, 5, en 6 Griekse Taal en Cultuur óf Latijnse Taal en Cultuur (allebei mag natuurlijk ook). Daarom vindt er aan het einde van de derde klas een keuzemoment plaats. De keuze gaat dan tussen doorgaan voor een vwo-diploma of voor een gymnasiumdiploma met één of twee klassieke talen. Op het KWC is het mogelijk om in alle profielen te kiezen voor beide klassieke talen. Elk jaar zijn er leerlingen die niet willen kiezen en graag de uitdaging aangaan om eindexamen te doen in zowel Griekse als Latijnse Taal en Cultuur.


Inhoud onderwijs

In klas één tot en met vier leggen we in de lessen Grieks en Latijn het fundament. Leerlingen verwerven een woordenschat, culturele kennis en grammatica. In deze leerjaren zijn de teksten die vertaald worden inhoudelijk gebaseerd op boeken van Griekse en Romeinse schrijvers, maar qua Latijn en Grieks natuurlijk aangepast aan het niveau dat je dat op dat moment beheerst. Aan het einde van de vierde klas is de grammatica behandeld die nodig is om de oorspronkelijke teksten te kunnen vertalen. In de vijfde klas beginnen we dan de klassiekers uit de Oudheid daadwerkelijk te vertalen. We lezen dan passages uit boeken die tot vier verschillende genres behoren. Een selectie uit de vele prachtige werken:

  • de avonturen van Odysseus of van Aeneas (heldendicht)
  • de Grieken als underdog verwikkeld in een oorlog met het overweldigend grote Perzische Rijk (geschiedschrijving)
  • de hopeloze liefde van Catullus voor zijn Lesbia (liefdespoëzie)
  • de onmogelijke keuze waar Antigone voor gesteld wordt (tragedie)
  • de brieven van Plinius aan Tacitus over 24 augustus in 79 v. Chr. toen hij zelf de uitbarsting van de Vesuvius meemaakte die Pompeii van de kaart veegde (epistolografie)
  • hoe de advocaat Cicero met een fabuleuze redevoering zijn cliënt verdedigd voor de rechtbank (rhetorica)
  • Plato die uitlegt wat liefde nou eigenlijk is (filosofie)

In de zesde klas lezen we teksten van de examenauteur. Elk jaar wordt voor een andere schrijver gekozen. Omdat we het hele schooljaar besteden aan zijn werk  kunnen we dieper ingaan op de culturele, historische en taalkundige achtergronden hiervan. Het Centraal Eindexamen wordt vervolgens afgelegd over het werk en leven van deze schrijver.

De vakken houden uiteraard meer in dan alleen de talen. Teksten uit andere tijden en andere beschavingen kunnen alleen begrepen worden met behulp van kennis over de ontstaansgeschiedenis, over het leven van de auteur en de tijd waarin hij leefde. Daarom besteden we in klas één tot en met drie veel tijd aan de zogenaamde cultuurgeschiedenis. In de vierde en vijfde klas krijgt dit vorm in het vak KCV: klassieke culturele vorming. Enkele thema’s die we daar behandelen zijn antieke tragedie, klassieke kunst en haar doorwerking in de latere kunstgeschiedenis, bouwkunst en filosofie. In de klassen één tot en met drie richten we ons meer op mythologie en geschiedenis. Van politieke, militaire tot sociale geschiedenis. Dus niet alleen de veroveringsdrift van de Romeinen of het ontstaan van de Atheense democratie komen aan de orde maar ook wat voor kleding de Grieken en Romeinen droegen, wat ze aten, hoe ze woonden, wat ze in hun vrije tijd deden en wat ze geloofden.


Excursies in het gymnasium

In de brugklas gaan we met alle leerlingen naar het Archeon in Alphen aan den Rijn. De leerlingen ervaren daar aan den lijve hoe het is om in een door Romeinen gebouwde provinciestad te wonen, te werken, te vereren en te ontspannen.

In de tweede klas gaan we naar Nijmegen. We krijgen hier een rondleiding over hoe het leven was in Noviomagus. Daarnaast ervaren we tijdens een schervenpracticum tegen welke problemen archeologen aanlopen als ze hun schatten uit de bodem halen.

In de derde klas dalen we de Rijn verder af. We gaan naar Xanten in Duitsland.

De Romeinen stichtten daar het stadje Colonia Ulpia Trajana. We lopen in het archeologisch park rond in een amfitheater en een tempel. We bezoeken een taberna (herberg), een badhuis en zien hoe de Romeinen hun huizen inrichtten. Ook vinden we in het park winkeltjes van ambachtslieden zoals van een beensnijder. In het museum zien we hoe het stadje is ontstaan vanuit een legerkamp. We leren dan alles over het leven van soldaten. Naast het museum is het grote badhuis opgegraven. De restanten daarvan gaan we uiteraard ook bekijken. 

In klas vier bezoeken we de stad Keulen. Naast het beroemde Germanisches Museum, waarin talloze restanten van het verblijf van de Romeinen te bezichtigen zijn, bezoeken we ook de ruïnes van het Praetorium, het huis van de Romeinse gouverneur van de stad. Van hieruit werden de Romeinse troepen aangestuurd. Ook diende het Praetorium als bestuurlijk centrum. Hier zat het hele ambtelijke apparaat dat nodig was om een provincie te besturen. Uiteraard slaan we de toeristische trekpleister van de stad niet over en brengen we een bezoek aan de beroemde Dom.

Voor het vak KCV bezoek je in klas vijf zelf een oudheidkundig museum. In klas vier en vijf bezoek je een theatervoorstelling. In de verslagen die je over deze bezoeken maakt, speelt je eigen mening een grote rol.  

In klas zes gaan we naar de hoofdstad van het rijk: Rome. We volgen de voetsporen van de oude Romeinen op het Forum Romanum. We laten ons meeslepen door het Bernini mysterie in de Santa Maria della Vittoria en op het Piazza Navona. We huiveren onder de grond in de catacomben langs de Via Appia. De Eeuwige Stad biedt ons zo talloze manieren om haar roemrijke verleden te ervaren.


Gymnasiumdag

Elke twee jaar hebben we een gymnasiumdag. Deze dag wordt iedere keer verschillend ingevuld. Zo voeren we de ene keer met alle gymnasiasten verhalen op uit de mythologie. Een andere keer stellen we een apart programma samen voor de leerlingen uit de onderbouw of bovenbouw. We organiseren dan bijvoorbeeld allerlei activiteiten zoals een Saturnaliafeest of een project rond de Olympische Spelen.


Waarom kiezen voor het gymnasium?

Kiezen is lastig. Wat is een passende opleiding voor mij? Zal ik het niveau van de opleiding aankunnen? Op de basisschool worden je vorderingen jarenlang gevolgd en op basis daarvan geeft de leerkracht van groep 8 een advies welk niveau je aan zou moeten kunnen. Om aangenomen te worden op een gymnasiumopleiding moet je minimaal een vwo-advies hebben gekregen. Maar hoe kies je dan tussen vwo of gymnasium?

Het gymnasium is een passende opleiding voor een leerling die graag leest en van verhalen houdt, die makkelijk leert en een onderzoekende houding heeft bij de vakken op school, die logisch denkt en zichzelf makkelijk uitdrukt, die zelfstandig kan werken en zich goed kan concentreren op school, die initiatieven neemt en geïnteresseerd is in veel verschillende onderwerpen.

Leerlingen die op het gymnasium zitten, zeggen zelf dat ze het prettig vinden dat ze uitgedaagd worden. Grieks en Latijn zijn geen makkelijke vakken! Ze ervaren het vertalen als een puzzel die telkens weer opgelost kan worden met een goed verhaal als resultaat. Het feit dat de teksten die ze vertalen al duizenden jaren oud zijn en al duizenden jaren gelezen worden, draagt bij aan hun aantrekkingskracht.

Leerlingen in de bovenbouw geven ook aan dat ze andere talen makkelijker leren en teksten in het algemeen beter begrijpen omdat ze wat ze bij Grieks en Latijn hebben geleerd ook in andere situaties toepassen. Bij Grieks en Latijn behandelen we grammatica en oefenen we tekstinterpretatie vaak eerder en diepgaander dan bij andere vakken. Onderwijs in de klassieke talen en cultuur levert een leerling dus extra taalinzicht op en vormt daarom een ondersteuning bij het leren van de moderne vreemde talen als Frans of Engels, maar biedt ook meer inzicht in de Nederlandse taal. Naast taalkundig inzicht verwerft een leerling ook inzicht in de invloed van de Grieks-Romeinse cultuur op de moderne wetenschap, de filosofie, de politiek en de kunst. Gymnasiumleerlingen werken over het algemeen nauwkeurig, hun analytisch vermogen wordt gescherpt, ze leren geduld en uithoudingsvermogen. De voldoening is vaak groot aan het einde van de rit: je hebt iets gedaan wat niet iedereen deed, je kan iets wat niet iedereen kan en dat is best bijzonder.